Een tuin vol leven begint niet bij een vogelhuisje uit de bouwmarkt, maar bij de keuzes die je maakt voor beplanting, structuur en water. Vogels, bijen en egels zoeken allemaal hetzelfde: voedsel, beschutting en een plek om te drinken. Bied je die drie dingen aan, dan komen ze vaak vanzelf.

Je hoeft je tuin daarvoor niet volledig om te gooien. Ook op een klein balkon of in een stadstuin kun je met een paar aanpassingen veel verschil maken voor de biodiversiteit in je buurt. Hieronder lees je hoe je dat stap voor stap aanpakt.

Kies voor inheemse planten

Inheemse planten zijn soorten die van nature in Nederland voorkomen. Onze insecten zijn er in de loop van duizenden jaren op ingesteld, waardoor ze er veel meer aan hebben dan aan exotische sierplanten. Denk aan wilde marjolein, grote kattenstaart, knoopkruid, boerenwormkruid en verschillende soorten klokjes. Ze trekken bijen, zweefvliegen en vlinders aan, en die insecten zijn op hun beurt weer voedsel voor vogels.

Let bij het kopen op enkelvoudige bloemen. Bij gevulde bloemen, met veel extra bloemblaadjes, kunnen bijen vaak niet bij het nectar en stuifmeel. Probeer daarnaast planten te combineren die op verschillende momenten bloeien, zodat er van het vroege voorjaar tot in de herfst iets te halen valt. Krokussen en wilgenkatjes zijn belangrijk vroeg in het jaar, klimop juist laat in het seizoen.

Struiken en hagen als voorraadkast

Een gemengde haag van inheemse struiken is een van de waardevolste dingen die je in je tuin kunt aanleggen. Meidoorn, sleedoorn, hondsroos, vlier en Gelderse roos bloeien in het voorjaar voor insecten en dragen in de herfst bessen en vruchten voor vogels. Bovendien bieden de dichte, soms stekelige takken een veilige nestplek.

Snoei zo’n haag niet tijdens het broedseizoen, grofweg van half maart tot half augustus. Wil je meer achtergrond over het aanleggen en onderhouden van hagen of over andere tuinklussen, dan vind je praktische informatie op https://tuinenmaster.nl, waar verschillende soorten tuinen aan bod komen.

Schuilplekken voor egels en insecten

Egels hebben een groot leefgebied nodig en lopen ‘s nachts vaak door meerdere tuinen. Een gat van ongeveer 13 bij 13 centimeter onderaan je schutting maakt het verschil tussen een afgesloten tuin en een verbonden route. Overleg even met je buren, dan ontstaat er een echte egelsnelweg.

Laat daarnaast een hoekje van je tuin wat rommeliger. Een stapel snoeihout, bladeren of een paar oude boomstronken is ideaal als overwinteringsplek voor egels en als schuilplaats voor kevers, pissebedden en andere kleine beestjes. Die vormen weer voedsel voor egels, merels en roodborstjes.

  • Laat afgevallen blad in de borders liggen in plaats van het af te voeren.
  • Maak een takkenril langs de rand van je tuin.
  • Hang een insectenhotel op een zonnige, droge plek.
  • Vermijd slakkenkorrels en andere bestrijdingsmiddelen.
  • Controleer composthopen voorzichtig voordat je erin gaat steken.

Water als magneet

Water trekt meer dieren aan dan je misschien verwacht. Een simpele ondiepe schaal met een paar stenen erin is al genoeg voor vogels om te drinken en te badderen, en voor bijen om veilig te landen. Ververs het water regelmatig, vooral in warme periodes, om ziektes te voorkomen.

Heb je meer ruimte, overweeg dan een kleine vijver. Zorg voor minstens één flauw aflopende oever, zodat egels en andere dieren die erin vallen er ook weer uit kunnen. Inheemse waterplanten zoals dotterbloem en watermunt maken de vijver aantrekkelijk voor libellen en amfibieën.

Minder tegels, meer leven

Elke tegel die eruit gaat, geeft ruimte aan bodemleven, planten en regenwater dat in de grond kan zakken. Je hoeft niet meteen alles om te spitten: begin met een strook langs de schutting of een plantvak rond een boom. Ook een deel van het gazon minder vaak maaien levert al snel bloeiende kruiden op, zoals klaver en paardenbloem, waar bijen dol op zijn.

Categories: Blogging